Violet88 Bel direct   030 227 14 29phone icon

[SEO] Wat zijn Core Web Vitals en page experience + hoe meet ik ze?

Wat houdt het in en hoe meet je het?

Zoals we gewend zijn van Google, blijven er continu nieuwe factoren bijkomen die meetellen in de page ranking. In een eerder artikel schreven we al over de invloed van performance als rankingfactor. Vanaf 2021 gaan er weer een aantal dingen wijzigen, dus het is goed om je alvast in te lezen zodat je op tijd kan gaan optimaliseren. In dit artikel vertellen we je daarom meer over page experience en Core Web Vitals.

Google blijft hameren op gebruikerservaring

Google blijft het zeggen: focus op gebruikerservaring. Op zichzelf is dat natuurlijk nogal een vaag begrip, en dat is ook precies de reden dat Google zoveel verschillende rankingfactoren in zijn zoekalgoritme opneemt.

 

Een goede ervaring bestaat namelijk uit enorm veel facetten; de pagina moet het liefst zo snel mogelijk laden, duidelijk vormgegeven zijn en de content aanbieden waar de gebruiker naar op zoek was. Maar zelfs die drie punten zijn weer lastig te concretiseren.  

 

De beste tip is eigenlijk simpelweg: denk vooral aan waar je gebruikers blij van worden en denk minder vanuit de zoekmachine. Het ‘doel’ van Google zelf is namelijk juist om steeds beter te ontdekken wat de beste content is voor de gebruiker.

 

Maar wij – en Google uiteraard ook – beseffen dat je niet kunt ontkomen aan het meetbaar maken van een vaag begrip als gebruikerservaring. Dat geeft je specifieke handvatten om aan te werken.

 

We nemen je in de volgende delen mee door Google’s definitie van page experience en wat je kunt doen om je eigen website te ‘toetsen’ aan Google’s criteria.  

Wat is page experience?

Google definieert page experience als “aspecten die meten hoe gebruikers een webpagina ervaren buiten de pure informatiewaarde van die pagina om.”

 

Het gaat hier dus niet zo zeer om hoe relevant je content is – dat wordt uiteraard ook gemeten en is een enorm belangrijke factor – maar meer om de zaken daaromheen. Je content kan super zijn, maar als je gebruiker te lang moet wachten voordat de pagina geladen is of wordt overspoeld met pop-ups en banners wordt hij of zij daar niet heel blij van.

 

Goed om te weten is dat Google de relevantie van je content wel als belangrijkste factor blijft zien, zélfs als de page experience niet goed is.

 

Maar dat is geen reden om page experience af te schrijven als onbelangrijk. Hier is namelijk het ding: wanneer Google twijfelt tussen verschillende pagina’s omdat ze ongeveer even relevant lijken, kan page experience de doorslag geven in wie ‘wint’ en dus bovenaan de resultaten komt te staan.

Hoe meet Google page experience?

Overzicht van alle metrics die Google meet voor page experience

Google neemt al een aantal factoren mee in het huidige zoekalgoritme, namelijk mobielvriendelijkheid, websitebeveiliging (waaronder een versleutelde HTTPS verbinding), en of je opdringerige popups of meldingen op de pagina hebt.

 

Nieuw: Core Web Vitals

Nieuw zijn echter de zogeheten Core Web Vitals. Dit is een set metrics die de gebruikerservaring verder kwantificeert. Volgens Google zijn de onderdelen waaruit deze Web Vitals bestaan gebaseerd op verschillende onderzoeken, en uiteindelijk bedoeld om website eigenaren verder te helpen hun gebruikerservaring te verbeteren.

Wat moet ik weten over Core Web Vitals?

Zoals we hierboven al aangaven: je bekijkt gebruikerservaring het beste vanuit de gebruiker zelf. Google maakt hierbij zelf de vergelijking met een ‘real-world’ reis. Je wordt er niet blij van wanneer je een afspraak hebt in een onbekende stad, en terwijl je onderweg bent struikelt over losse straatstenen, omwegen moet nemen omdat bepaalde wegen zijn afgesloten en vervolgens terechtkomt in een file.

 

Ook op het web kan het voorkomen dat de klantreis niet helemaal soepel verloopt. Google zet hierbij drie zaken uiteen waarvan zij vinden dat dat op elke pagina goed moet zitten, namelijk snelheid (gemeten met Largest Contentful Paint), ‘responsiveness’ (gemeten met First Input Delay) en stabiliteit tijdens het laden (gemeten met Cumulative Layout Shift).

 

Goed om te weten: in de toekomst kan het altijd zijn dat er meer metrics bijkomen als onderdeel van de Web Vitals. Op dit moment zijn het echter deze drie.

 

Uit een analyse blijkt dat het zeker zin heeft om deze zaken goed op orde te hebben: de kans dat je gebruikers je site verlaten is 24% kleiner als je goed scoort op LCP, FID en CLS.

 

Largest Contentful Paint: zorg dat je pagina snel laadt

De snelheid waarmee de pagina laadt is één van de belangrijkste oorzaken van onderbrekingen in de onlineklantreis.

 

Zoals Google aangeeft is het onmogelijk om te zeggen wat precies “snel genoeg” is.

 

Verschillende onderzoeken laten namelijk variabele resultaten zien. Het ligt aan waar je naar kijkt: wil je het snel genoeg hebben zodat de gebruiker je site niet uit frustratie wegklikt? Of wil je het snel genoeg hebben zodat de gebruiker oprecht tevreden is?

 

Daarnaast ligt het helemaal aan de gebruiker zelf: wat zijn zijn/haar verwachtingen, hoeveel haast heeft hij/zij?

 

Om toch een concrete grens te trekken kijkt Google naar de zogenaamd Largest Contentful Paint.

 

Voorheen werd vooral naar de zogeheten First Contentful Paint gekeken. Dat wil zeggen: wanneer is het allereerste zichtbare element geladen? Dit bleek echter niet accuraat genoeg. Volgens Google is het daarom accurater om te kijken wanneer het grootste zichtbare element is geladen.

 

Voor een goede score op Largest Contentful Paint, moet je ervoor zorgen dat in 75% van de paginabezoeken het grootste zichtbare element binnen 2.5 seconde geladen is.

 

Als het langer dan 4 seconden duurt, dan scoor je ‘slecht’.

 

First Input Delay: zorg dat je interface vlot aanvoelt

Snelheid zit hem niet alleen in het objectieve, maar ook voor een groot deel in het gevoel van de gebruiker.

 

Als je als gebruiker ergens op klikt en je hebt op geen enkele manier een bevestiging dat er daadwerkelijk iets gebeurt, kan het lijken alsof de hele pagina is vastgelopen.

 

Uit verschillende onderzoeken bleek dat vanaf een vertraging van een tiende van een seconde (100ms) al de indruk kan wekken dat er iets aan het vastlopen is of traag reageert.

 

Denk bijvoorbeeld aan het klikken op een ‘Voeg toe aan winkelmandje’-knop. Soms wordt hiervoor een animatie gebruikt waarbij het product als het ware naar het winkelmandje toe ‘vliegt’.

 

Maar als er een te lange vertraging zit tussen het moment waarop de gebruiker op de knop klikt en het moment waarop de gebruiker het resultaat daarvan ziet, kan het lijken alsof er iets niet goed gegaan is.

 

De gebruiker kan dan uit frustratie 10 keer op die knop klikken en heeft vervolgens 10 keer het product in zijn winkelmandje. Dat is geen goede ervaring.

 

Zorg er dus voor dat interactieve elementen op de pagina zo snel als mogelijk reageren, en geef visuele feedback dat er iets 'in progress' is.

 

Voor een goede score op First Input Delay moet je zorgen dat in 75% van de paginabezoeken er 100 milliseconden of minder vertraging zit tussen een interactie op je pagina en het resultaat daarvan.

 

Cumulative Layout Shift: zorg dat je layout niet verschuift tijdens het laden

Tijdens het laden van een pagina worden de layout-elementen vaak in een bepaalde volgorde geladen, wat ervoor kan zorgen dat de positie van elementen die al zijn geladen opeens verandert.

 

Soms kan dat een slechte gebruikerservaring opleveren, bijvoorbeeld als iets wat eerst zichtbaar was ineens buiten beeld valt waardoor de gebruiker moet scrollen.

 

Of wanneer de gebruiker nét op iets wil klikken en dan de layout verschuift, waardoor hij onbedoeld op iets anders klikt.

Voorbeeld van CLS die slecht scoort en goed scoort

Google neemt dit aspect daarom ook op in de Core Web Vitals. Hoewel het het beste is als de layout helemaal niet verschuift, krijg je daarin enige ruimte van Google.

 

Om CLS te meten kijkt Google naar twee dingen: hoe vaak je layout verschuift en hoe groot die verschuivingen zijn. Je moet dus met beide rekening houden om je score eventueel te verbeteren.

 

Voor een goede score op Cumulative Layout Shift, moet je in 75% van de paginabezoeken 0.10 of lager scoren. Alles boven de 0.25 wordt als ‘slecht’ beschouwd.

 

Overzicht

Om alles wat we hierboven hebben besproken nog even op een korte manier samen te vatten, hebben we een visueel overzicht gemaakt van de scheidingslijnen van Google.

Visueel overzicht van de eisen voor Core Web Vitals

Hoe kom ik erachter of ik aan de Web Vitals voldoe?

Het is belangrijk om te meten hoe je website er op het moment voor staat. Je kan dat op verschillende manieren doen, maar we bespreken er hier vier.

 

PageSpeed Insights

PageSpeed Insights geeft per pagina precies weer wat de scores voor LCP, FID en CLS zijn. Daarnaast vind je hier ook nog een aantal andere handige statistieken met betrekking tot bijvoorbeeld performance.

Voorbeeld van hoe Web Vitals worden weergegeven in Pagespeed Insights

Search Console

Met deze optie kun je voor je hele site in één keer checken welke pagina’s goed scoren en welke nog verbetering nodig hebben. Ga in Search Console naar het Site-vitaliteit rapport om een overzicht te krijgen van hoe je ervoor staat.

Voorbeeld van hoe Web Vitals worden weergegeven in Search Console

Chrome-extensie

Wanneer je altijd op een sneller manier toegang wil hebben tot Core Web Vitals metingen kun je ook een browserextensie gebruiken voor Chrome.

 

Web Vitals JavaScript-library

De meest accurate manier om de Web Vitals te meten is met een JavaScript-library. Dit is echter wel (iets) lastiger te gebruiken dan de twee hierboven genoemde manieren. Hierbij plaats je een stukje JavaScript-code op je website die er vervolgens voor zorgt dat de drie Core Web Vitals metrics worden gemeten.

Hulp nodig bij het implementeren?

Heb je meer hulp nodig bij het implementeren van de eisen die Google stelt aan een 'goede' score? We kunnen je van A tot Z helpen!