De grootste fout bij automatisering: proberen te versnellen wat nog niet werkt
“Werkt prima zo,” zei iemand op de werkvloer.
En dat deed het ook.
Tot er een storing was. En alleen Henk wist hoe je het systeem weer aan de praat kreeg. Henk was net drie dagen vrij.
Daardoor lag de productie een halve dag stil.
Dat beeld blijft hangen. Omdat het precies laat zien hoe veel organisaties met hun digitale systemen omgaan.
Oplossingen worden aan elkaar geknoopt. Tussenoplossingen worden ongemerkt de standaard. Cruciale kennis belandt bij één collega die hopelijk niet langdurig uitvalt.
Het draait.
Maar het is kwetsbaar.
En ergens weet je dat ook.
Daarom begint echte verbetering zelden met de uitspraak: “we moeten digitaliseren.” Die start veel vaker met een eenvoudigere vraag: wat zou hier eigenlijk makkelijker kunnen?
Waar lopen mensen dagelijks omheen. Welke handmatige stappen zijn ontstaan uit noodzaak. Welke afhankelijkheden zijn er van individuen in plaats van van processen.
Misschien is het tijd om de duct tape los te trekken.
Niet om alles in één keer te vervangen.
Maar om te begrijpen wat structureel hoort te zijn en wat ooit tijdelijk bedoeld was.